In het volgende artikel volgt een toelichting op deze vorm van theater, gerelateerd aan het toneelstuk Juliana en Bernhard van Nederland. Dit artikel is gepubliceerd op de website van Michel Meissen
Juliana en Bernhard van Nederland. Achtergronden van een toneelstuk
© Michel Meissen
Karakter van het toneelstuk
Voor de Stichting Het Portret Spreekt schreef ik het toneelstuk Juliana en Bernhard van Nederland. Het stuk brengt de levens van koningin Juliana en prins Bernhard over het voetlicht. Deze aanpak lijkt toneeltechnisch een onmogelijke opgave. Toch bewezen de tot nu toe in dit genre uitgebrachte theaterstukken in hun publieke confrontatie de kracht van deze aanpak.
Een heel leven
Traditioneel theater kent de wet van eenheid van plaats en tijd. Deze wet wordt al tientallen jaren op allerlei manieren succesvol overtreden. Juliana en Bernhard van Nederland overtreedt deze wet uitbundig. De plaats van handeling verandert achteloos, de sprongen in de tijd verlopen doorgaans rechtlijnig, gaan soms terug naar het verleden of naar een verre toekomst. Dit spel met ruimte en tijd zingt de personages los van incidentele momenten, plaatst ze in een ruim kader van elkaar opvolgende generaties, verleent diepte.
Volgens een andere theaterwet moet het conflict de stuwende kracht zijn achter de personages op het toneel. Zo’n conflict dient van het begin tot het eind te worden ‘neergezet’. De contrasten in beleving geven spanning aan het stuk. Met deze aanpak zijn de meeste Westerlingen al een levenlang vertrouwd. Een nadeel van deze benaderingswijze is het isoleren van een bepaald conflict.
Kan op het toneel – zoals dat kan in een roman – een leven in verschillende facetten getoond worden? Ik denk het wel en ik doe dat. Als ingrediënten gebruik ik: een historisch kader, dialogen die mede gebaseerd zijn op historische feiten, een afwisseling van triviale en schokkende gebeurtenissen, verwijzingen naar de universele menselijke conditie en naar het hoogst-persoonlijke, surrealistische, cabareteske, ironische, humoristische, ernstige en alledaagse elementen die elkaar in hoog tempo opvolgen. En bij dit alles: nauwkeurig en verbindend taalgebruik.
Naast Juliana en Bernhard van Nederland schreef ik drie andere toneelstukken volgens hetzelfde procédé. Het zijn Amalia en haar Mannen (rond Amalia van Solms), De Vier Vrouwen van Willem van Oranje (portretteert de vier echtgenotes van de ‘Vader des Vaderlands’) en Rokken rond Constantijn (plaatst de zeventiende eeuwer Constantijn Huygens centraal). Het doel van deze toneelstukken is: een ruime blik bieden op de hoofdpersonen in historisch perspectief. Voor deze werkwijze gebruik ik het begrip historisch belevingstheater.
Bertolt Brecht
Historisch belevingstheater werkt gedeeltelijk in de geest van Bertolt Brecht die probeerde zijn publiek aan te moedigen om na te denken over, in plaats van emotioneel betrokken te raken bij de personages en hun verhaal.
Bertolt Brecht schreef vanaf 1930 zijn zogenaamde leerstukken. Tegelijkertijd ontwikkelde hij een theorie van het Episch Theater. Het vervreemdingsmotief speelt daarin het hoofdmotief. Niet de emotie en de illusie moeten het doel zijn van het toneel, maar een objectief, zelfstandig en kritisch oordeel. Brecht schreef dit in een tijd waarin de communistische ideologie vele denkers en schrijvers, ook hem, voortbewoog. Een Nederlands voorbeeld daarvan was Henriette Roland Holst. Zij schreef in 1930 het leekespel (en leerstuk) Kinderen van deze Tijd, een stuk dat ook prinses Juliana beslist wilde zien en horen.
Brecht hoopte met veel wisselingen het publiek aan het denken te zetten over wat waar was en wat beter. Hij wilde een betere maatschappij en een overdracht van ideologie. Overigens werd hij daarin door zijn publiek nauwelijks begrepen. Voor dat publiek waren de sprongen van emotionele betrokkenheid via een objectief, zelfstandig en kritisch oordeel naar aanvaarding van het communisme als ideologie te groot.
Ik wil, evenals Brecht, Verhalend Theater dat het publiek prikkelt tot nadenken over de personages. Ik wil dat doen binnen een historisch kader waarbij de emotionele betrokkenheid, die de tekst en het spel oproepen, een hulpmiddel is om van de personages een min of meer afgerond geheugenbeeld te vormen. Daarom bied ik in theatervorm hele levens van de hoofdpersoon of hoofdpersonen aan. Daarom doorspek ik mijn tekst consequent met historische feiten in de vorm van jaartallen en andere data.
Historisch Belevingstheater
Het voorgaande voert mij naar de omschrijving: Historisch Belevingstheater nodigt uit tot het vergroten van inzicht in karakter en leven van personen uit de Nederlandse geschiedenis. De toneelstukken vinden hun oorsprong in historisch bronnenmateriaal en tonen steeds een heel leven: van geboorte tot dood, met hoogte- en dieptepunten.
Middelen om dit te bereiken:
1 een tekst die is geschreven in de tegenwoordige tijd en in de ik-vorm;
2 een min of meer chronologische opeenvolging van gebeurtenissen. Bij deze theatervorm speelt niet het conflict een dragende rol, maar de opeenvolging van gebeurtenissen, vanaf de geboorte en eindigend bij de dood van de hoofdpersoon;
3 het scheppen van een min of meer volledig beeld, binnen het raamwerk van het toneelstuk. Het toneelstuk ontleent de historische feiten aan het secundaire bronnenmateriaal dat zorgvuldig en kennelijk niet sensatiebelust lijkt.
4 ernstige, humoristische, ironische en andere accenten om het publiek bij de les te houden.
Juliana en Bernhard van Nederland
Historisch Belevingstheater wil spelen met de tijd; een toneelstuk in dit genre wil, op ludieke wijze, een leerstuk zijn. Over het karakter van het stuk laat ik Bernhard en Juliana het volgende zeggen:
BERNHARD: Wat is er Jula?
JULIANA: Het is onmogelijk wat we hier doen. Ons hele leven in een handvol minuten…
BERNHARD: (knikt) Kan niet.
JULIANA: (peinzend) En toch is het goed. Wij zijn een monument.
BERNHARD: Dat moeten wij zijn.
JULIANA: Een noodzakelijk Nederlands monument dat verleden en heden verbindt.
Dagboek
In Juliana en Bernhard van Nederland krijgt de jonge Juliana een dagboek van haar moeder Wilhelmina. Dit gegeven heb ik niet ontleend aan een historische bron. Toch heb ik het een belangrijke plaats gegeven in het toneelstuk. Juliana heeft het dagboek in de hand en mijmert:
JULIANA: … Moeder zegt dat een koningin niet kan zeggen wat zij denkt... Schrijven kan wel. Zij geeft mij een dagboek... Nooit mag iemand daarvan weten! …
Enkele malen schrijft Juliana in haar dagboek. Ook plaatst zij ‘terzijdes’ die in haar dagboek terecht zouden kunnen komen. Juliana en Bernhard van Nederland wordt besloten met een zin van Bernhard:
BERNHARD: 2054... De dagboeken van Jula worden openbaar. Veel was anders…
Deze afsluiting vertelt dat we voor een scherper beeld van koningin Juliana moeten wachten op haar persoonlijke kanttekeningen die bekend zullen worden bij de openbaarmaking van haar dagboeken in 2054.
Door haar dagboek een plaats te geven in mijn toneelstuk benadruk ik het onzuivere beeld dat buitenstaanders noodzakelijkerwijs van haar hebben. Dat onzuivere beeld is versterkt door de bijzondere positie die zij innam als vorstin: een vrouw die boven haar omgeving moest staan, gedwongen tot terughoudende communicatie, ondanks het feit dat haar persoonlijke voorkeur erop gericht was om in persoonlijke verbondenheid tussen de mensen te staan.
Het laatste woord is aan het publiek
Als toneelschrijver wil ik mijn publiek met feiten confronteren, aan het denken zetten en plezieren. Uiteindelijk hoop ik dat het publiek zich na een voorstelling zal afvragen: Was zij zo? Was hij zo? Wat was anders? Hoe was het dan? Wat denk ik van het beeld dat de schrijver en de spelers hebben neergezet?
Voor gebruikte bronnen zie de website van Michel Meissen