(Het leven van Koningin Juliana en Prins Bernhard)
© Michel Meissen
Fragmenten uit de toneeltekst
Fragment 1
VERTELLER: 1953. Springvloed, hevige noordwesterstorm, dijken breken door in Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden. Er zijn doden. Bewoners in doodsangst op de daken...
JULIANA: Binnen enkele uren is Bernhard voorzitter van het op te richten rampenfonds, ben ik met mijn tweeënzeventigjarige moeder op weg, bagger door het rampgebied.
BERNHARD: Als de boot met Juliana nadert, zeggen de eilanders: stopt de regen, wordt het helder en gaat de zon schijnen.
JULIANA: Ik spreek de minister van Verkeer en Waterstaat over de oorzaken van de ramp.
BERNHARD: Ik ga met de kinderen naar mijn moeder op haar kasteeltje in Warmelo. We rijden paard…
JULIANA: Met Greet en andere opmerkelijke geesten houden we conferenties op het Oude Loo. De eerste duurt zeven dagen…
BERNHARD: Geklets…
Fragment 2
JULIANA (2002. Juliana is zeer in de war): De vierde van Beatrix.
BERNHARD: Die heeft er maar drie.
JULIANA: Heeft die er maar drie?
BERNHARD: Die heeft er maar drie.
JULIANA: Ik had er ook maar drie.
BERNHARD: Wij hebben er vier.
(Het leven van Constantijn Huygens, 1596 - 1687)
© Michel Meissen
Fragment uit de toneeltekst
CONSTANTIJN HUYGENS: Na goed een jaar besluit een openbare redetwist met hoogleraren mijn studie.
SUSANNA HOEFNAGEL (moeder van Constantijn Huygens): In Zierikzee probeer ik de rechtspraktijk…
CONSTANTIJN HUYGENS: Ik stop, ga het toch weer proberen, besluit al snel voor altijd een andere weg te gaan… Vader regelt een reis naar Engeland.
SUSANNA HOEFNAGEL: Constantijn is in Londen.
CONSTANTIJN HUYGENS: Een agent van onze Staten aan het Engelse hof brengt mij in contact met de koning.
SUSANNA HOEFNAGEL: Hij laat mijn luitspel horen.
CONSTANTIJN HUYGENS: De majesteit speelt kaart, laat vloekend maar met vriendelijk gezicht zijn waardering blijken voor mijn spel… En altijd schrijf ik verzen.:
(Het leven van Hugo de Groot, 1583 - 1645)
© Michel Meissen
Fragment uit de toneeltekst
HUGO DE GROOT: Ik trek zijden kousen en linnen ondergoed aan, kniel, bid tot God, vouw mij in de kist.
MARIA VAN REIGERSBERCH: Vroeg in de ochtend pakken soldaten de kist. Elske van Houweningen, onze meid, zal meelopen.
HUGO DE GROOT: Soldaten verbazen zich over de zwaarte van de kist.
MARIA VAN REIGERSBERCH
Één grapt: Ik zal een boor halen en boren hem in zijn gat dat’er het drek uitloopt.
Dan most gij een boor hebben van hier tot aan zijn kamer toe, zegt Elske.
Daar gaan ze… Er is geen controle.
HUGO DE GROOT: De soldaten sjouwen mij weg uit loevestein.
MARIA VAN REIGERSBERCH: Ik zie de kist wegvaren op de schuit. Twee jaar zat hij vast… Elske zwaait met haar zakdoek… Afgesproken teken! Alles gaat goed.
HUGO DE GROOT: Rond tien ben ik bij Adriaen Daetselaer in Gorinchem. Hij laat zich niet zien. Verstandig.
MARIA VAN REIGERSBERCH: Zijn vrouw, zus van een Leidse Arabist die we goed kennen, helpt.
HUGO DE GROOT: In metselaarskleren – pet boven het bleek kamergezicht - reis ik via Waalwijk naar Antwerpen, verblijf kort bij een gevluchte Hollandse predikant. Broer Willem voegt zich bij mij. We reizen in vermomming en via omwegen.
(Het leven van Hugo de Groot, 1583 - 1645)
© Michel Meissen
Fragmenten uit de monoloog
Fragment 1
HUGO DE GROOT: Ik ben twaalf, zet een punt achter mijn eerste Latijnse treurspel: Adam in Ballingschap… In mijn vakanties spreek ik ernstig met moeder over haar geloof… Moeder verlaat de katholieke kerk en wordt protestant. Vader kijkt mij ernstig aan:
Bid God, dat ze daarin even gelukkig zijn zal als ze was.
Fragment 2
Ik ben veertien. Oldenbarnevelt stelt zich aan het hoofd van een gezantschap naar Frankrijk. Een wonderkind is nuttig bij zo’n missie… Met heren en bedienden zeilen we af van Den Briel. Drie oorlogsschepen begeleiden ons. De heren maken ruzie bij het kaartspel, genieten van sterke verhalen en gore grappen... We passeren Calais. Dat is in Spaanse handen... Na een korte schotenwisseling met weinig schade, zonder slachtoffers, varen we door.
Waarom die schotenwisseling? Vraag ik.
Ze kijken me verbaasd aan. Hun antwoord: Omdat het oorlog is!